Burgerschap, morele emoties en de herziening van de verzorgingsstaat

De affectieve burger. Hoe de overheid verleidt en verplicht tot zorgzaamheidIn reactie op globalisering en individualisering is er in ontwikkelde verzorgingsstaten al enkele decennia sprake van een herziening van de verzorgingsstaat, in de richting van een ‘enabling state’  (Gilbert 2004) oftewel een activerende verzorgingsstaat. Deze herziening impliceert niet alleen een stelselwijziging maar ook een herziening van burgerschapsidealen in de richting van ‘actief burgerschap’.

Recentelijk is er ook aandacht voor de emotionele aspecten hiervan. Men spreekt van een ‘affective turn’ (Plummer 2003; Isin 2004).  Actief burgerschap is niet alleen een kwestie van rechten en plichten maar vooral ook van emoties: met de herziening van de verzorgingsstaat is ook sprake van een herziening van de gewenste en beoogde emoties. Er ontstaat een nieuw emotioneel regime, waarin burgers geacht worden om verbroken onderlinge verbindingen  te herstellen. Er wordt daarom wel gesproken van ‘affectief burgerschap’ als een nieuwe overheidsstrategie om van burgers verantwoordelijke, gemeenschapslievende burgers te maken.

De kern daarvan is dat  affectie, loyaliteit, compassie en empathie  als cruciale aspecten van burgerschap zijn gaan gelden. Burgers worden aangespoord om affectie, loyaliteit, compassie of empathie voor medeburgers te voelen  ten behoeve van sociale cohesie . Daarmee worden gevoelens, intimiteit en intieme relaties tot beleidsinstrument gemaakt: er is sprake van ‘governing through affect’ (Fortier 2010). Goed burgerschap heeft bijvoorbeeld te maken met tonen van gevoelens van compassie en empathie, met name voor hulpbehoevende medeburgers .

Vaak gaat het om burgers die fysiek nabij zijn, in de familie, de buurt of de wijk. Door globalisering en individualisering zijn eerdere politieke gemeenschappen (zoals de natiestaat of de socialistische beweging) losser geworden of hebben aan belang ingeboet. De lokale schaal is nu de dominante schaal waarop burgerschap wordt gelokaliseerd en daar wordt burgerschap als tamelijk vredig voorgesteld, ook doordat burgers op lokaal niveau vaak als één en ongedeeld worden voorgesteld, als één groep met één wil en één gedachte.

Wat betekent de herziening van de verzorgingsstaat voor onze morele emoties als schuld, schaamte en empathie? Op welke affecties en affectieve banden doet het beleid een beroep? Welke affecties en  affectieve banden  krijgen legitimiteit en erkenning, welke niet? En hoe ervaren burgers deze beleidsstrategieën : wat zijn de effecten van deze erkenning/ miskenning op de relaties tussen betrokkenen?

Lopende projecten

  • Phd-student Chantal Hillebregt: ‘Eigen kracht conferenties in revalidatie’ (Family Group Decisionmaking in rehabilitation)

‘The main aim of this research was to evaluate the feasibility of implementing FGDM in the rehabilitation medicine setting through 1) evaluation of both the effectiveness of FGDM interventions in adult health care and welfare as well as understanding the necessary conditions for implementation; 2) Evaluation of the effectiveness and the implementation of an outcome-based approach of FGDM in rehabilitation practice; 3) Understand the participants’ perspectives on social support needs and experienced burden throughout the rehabilitation trajectory of care.’

  • Phd-student Tom van Oosterhout: Tussen fatalisme en vitaliteit. Een verkennende studie naar de opleving van het burgerinitiatief in de zorg.

‘Hoe de opleving van burgerinitiatieven in de zorg valt te verklaren en welke bijdrage deze initiatieven aan de zorg voor ouderen leveren. Nederland is een hoogwaardige verzorgingsstaat. Toch zijn daar door burgers in de afgelopen 10 jaar honderden zorgcoöperaties opgericht. De politiek verwacht veel van deze initiatieven. Ze hoopt namelijk dat deze bijdragen aan de oplossing van de groeiende vraag naar publieke zorg die ontstaat door de vergrijzing. Maar is het ook de bedoeling van de deelnemers van deze initiatieven om een dergelijke bijdrage te leveren? Bovendien is het de vraag of deze initiatieven de capaciteiten hebben om een rol te spelen in de opvang van de groeiende vraag naar (ouderen)zorg.’

  • Phd-student Simon van der Weele: Betekenissen van afhankelijkheid. Wat betekent afhankelijkheid in het dagelijkse leven van mensen met een verstandelijke beperking en hoe ervaren zij de relatie met hun begeleiders?
  • Phd-student Jante Schmidt: Waardigheid voor mensen met meervoudige problematiek. Over de effecten van de hervorming van de verzorgingsstaat op morele emoties.
  • Phd-student Marc Hoijtink: Over stil verzet van sociaal werkers in een veranderende verzorgingsstaat. 

Afgeronde projecten

 

Publicaties (selectie)