Burgerschap en nieuwe democratische verhoudingen

Is onze democratie nog wel vitaal genoeg? De stembus alleen is niet voldoende voor wie democratie als de macht aan het volk werkelijk serieus neemt. Traditionele vormen van beraadslaging zoals bewonersgroepen, buurtpanels en bewonersraden en cliëntenraden hebben slechts op een beperkte groep burgers aantrekkingskracht en trekken daardoor veelal steeds dezelfde, beperkte groep burgers. Er is daarbij veelal sprake van ‘rituelen van beraadslaging’ (Van Stokkom 2006) die veel betrokkenen als beperkt zinvol of effectief ervaren. De vraag is op welke manier de betrokkenheid en participatie van burgers naast verkiezingen het beste vorm kan krijgen.  Wat is actief burgerschap in een vitale democratie?

Evelien Tonkens besteedt in haar onderzoek op drie manieren aandacht aan deze vragen: door onderzoek naar gezag en waardigheid in een democratische cultuur, naar participatieve democratie, en naar burgerinitiatieven

  1. Burgerparticipatie en participatieve democratie

Montessori-democratie. Spanningen tussen burgerparticipatie en lokale politiek

Veel burgers en bestuurders zoeken naar nieuwe manieren van deliberatie, vaak op lokaal niveau, van de G1000 tot en met burgerforums, burgerpanels en stadsgesprekken. Er leven echter veel vragen over de wijze waarop burgers en beleidsmakers/professionals op een goede manier met elkaar in gesprek kunnen raken.  Hoe functioneren nieuwe vormen van burgerparticipatie? Hoe en onder welke voorwaarden leveren zij een bijdrage aan een vitale democratie?  En hoe verhouden nieuwe participatieve vormen van betrokkenheid zich tot de representatieve politiek?

In het boek Montessoridemocratie doen we verslag van een onderzoek naar de verhouding tussen participatieve en representatieve democratie. We constateren dat de opkomst van de participatieve democratie leidt tot informalisering en juridisering van de representatieve democratie. Om te zorgen dat de representatieve democratie ook vitaal blijft, is het van belang om met de participatieve ook de representatieve democratie te versterken. Ook stellen we vast dat een deel van de mensen die niet meedoen, kritiek heeft op  participatieve democratie, en dat het van belang is om ook met de non-participanten rekening te houden.

2. Burgerinitatieven

Als meedoen pijn doet. Affectief burgerschap in de wijk

Er wordt veel verwacht van burgerinitiatieven: initiatieven van burgers (vaak samen met en/of aangejaagd door ondernemers en overheden) voor het verbeteren van hun sociale en fysieke omgeving. Denk aan het organiseren van straatfeesten, straatspeeldagen of opruimacties, maar ook aan complexere projecten zoals energie- of zorgcoöperaties. Actieve burgers worden gezien als vernieuwers van het systeem die zelf initiatief nemen die stroperige bureaucratische overheidsprocessen omzeilen of zelfs doorbreken. Deze beweging van actieve burgers past in het huidige overheidsbeleid waarin burgers worden geacht een actieve rol te spelen. Verantwoordelijkheden die voorheen bij de overheid lagen, worden nu waar mogelijk overgelaten aan burgers in die samenleving.
De verwachtingen van burgerinitiatieven zijn groot. Ze zouden de sleutel zijn tot de oplossing van vier grote maatschappelijke problemen: de kloof tussen burgers en bestuur, gebrek aan integratie en sociale samenhang, tegen gaan van sociale uitsluiting en consumentistisch en asociaal gedrag (Tonkens, 2006, Tonkens et al., 2015). Burgerinitiatieven zijn kortom een antwoord op zowel onvrede over (en bezuinigingen in) de publieke dienstverlening als onvrede over de staat van de democratie.
Met diverse collega’s verricht ik sinds 2005 onderzoek naar burgerinitiatieven. Vragen die daarbij centraal staan zijn:  in hoeverre en onder welke voorwaarden zijn burgerinitiatieven een bijdrage aan vernieuwing van de alledaagse democratie? Wat betekenen burgerinitiatieven voor mensen die er aan meedoen, maar ook voor mensen die er juist niet aan meedoen? In hoeverre leiden ze tot nieuwe democratische verhoudingen tussen burgers onderling en tussen burgers en beleid en bestuur? Welke onderwerpen worden geagendeerd, welke mensen doen mee en welke niet, en waarom niet? Wat mogen we van burgerinitiatieven verwachten en wat niet? En in hoeverre en onder welke voorwaarden zijn burgerinitiatieven duurzaam?

3. Gezag en waardigheid in een democratische cultuur

oratie_kaft

De opkomst van de mondige burger in de afgelopen halve eeuw heeft de gezagsverhoudingen in Nederland grondig veranderd. Zowel uitoefening als acceptatie van gezag zijn moeilijker geworden. Gezag – gedefinieerd als gelegitimeerde macht- is betwist en moet keer op keer verdiend worden.  Burgers verlangen een waardige behandeling. Zij associëren waardigheid vaak met gelijkwaardigheid en gelijkheid. Gezagsverhoudingen zijn echter ongelijk. De vraag is daarom hoe waardigheid en gezag met elkaar verzoend kunnen worden in de directe interacties tussen burgers en gezagsdragers.  Is ongelijke gelijkwaardigheid mogelijk? Zo ja, hoe en onder welke voorwaarden?

Afgeronde projecten

Publicaties (selectie)